Bemanning en aflossing

De bemanning bestond uit 11 man, waaronder een gezagvoerder, stuurman, een hoofdmachinist, drie machinisten, drie matroos/lichtwachters, een kok en een scheepsjongen (zeuntje). De mannen werkten in continudienst. Vier uur op, acht uur af. In de beginperiode verbleef de bemanning vier weken aan boord. In 1955 werd deze periode teruggebracht tot twee weken. Dat bleef zo tot de automatisering een feit was. De tijd dat de bemanning thuis was, moest er wel een aantal dagen bij het Loodswezen op de werf in Den Helder worden gewerkt. Het door hen uit te voeren werk bestond dan uit het opknappen, restaureren en schilderen van boeien. De dinsdag was de vaste dag dat de Zeekoet, en later de Zaandam, naar de Texel voer om het schip te bevoorraden en/of de bemanning af te lossen. Het verzorgingsschip bleef ongeveer vijftig meter achter het lichtschip liggen en met de loodsjol van de Texel werd dan heen en weer gevaren. Bij goed weer leverde dit geen problemen op, maar bij windkracht 6 of hoger kon er geen bevoorrading en aflossing plaatsvinden. De golven waren dan te hoog en varen met de loodsjol was te gevaarlijk. Als op een gegeven moment de voorraad vlees, verse groente en fruit op was, ging men over op blikgroente. Daarnaast probeerde de bemanning zelf vis te vangen. En bij gebrek aan meel ging de bemanning over op scheepsbeschuit. Terwijl de aflosbemanning voor het lichtschip ‘s avonds weer vrolijk thuis zat, was de stemming aan boord van het lichtschip minder. Elke dag kwam het verzorgingsvaartuig naar het lichtschip om te controleren of de golven waren afgenomen. Maar ook nadat de storm was bedaard, bleef er nog enige tijd een flinke deining staan. En zo kon het gebeuren dat de bemanning een week langer aan boord moest blijven. De extra dagen aan boord kreeg de bemanning niet uitbetaald, want dit kon volgens het Loodswezen de andere groep bemanning ook overkomen. Omdat het lichtschip geen eigen voortstuwing had, werd zij eens in de twee jaar voor onderhoud naar binnen gesleept. Hiervoor kwamen een betonningsvaartuig van Rijkswaterstaat of één of meerdere marineslepers in actie. Weer terug op locatie werd het schip aan een zogeheten paraplu- of paddenstoelanker uitgelegd.

© Copyright 2017 | Webontwerp: Webpartner.nl