Ontwerp en bouw

In 1948 lagen de bouwtekeningen voor twee nieuwe lichtschepen al gereed op de Rijkswerf Willemsoord in Den Helder. Deze marinewerf had namelijk van het Loodswezen opdracht gekregen om de lichtschepen nr. 10 en nr. 11 te bouwen. Dit zou gebeuren onder respectievelijk de Natonummers A833 en A834. Begin 1951 werd de bouw van beide schepen daadwerkelijk opgestart.
Op 11 augustus van dat jaar gingen ze feestelijk te water en volgde de afbouw. Lichtschip nr. 10 werd na de oplevering op 29 september 1952 op de positie Texel, 18 zeemijlen uit de kust, uitgelegd en kreeg daarbij haar naam Texel. De volgende dag werd bij het vallen van de avond het licht ontstoken. Het zusterschip nr. 11 zou op 1 april 1953 als Goeree worden uitgelegd. Van 1971 tot 1975 kwam lichtschip nr. 10 op de positie Terschellingerbank boven het eiland Terschelling te liggen en veranderde haar naam in Terschellingerbank. Tot 1976 bleef het lichtschip bemand. In dat jaar werd het naar binnen gehaald om te worden geautomatiseerd. Het jaar daarop werd nr. 10, na een proefperiode van enkele maanden, als een automatisch onbemand navigatiemiddel weer op de positie Texel uitgelegd. Hierbij kreeg het schip haar oude naam weer terug. Het was destijds Nederlands eerste volledig geautomatiseerde lichtschip en moest als voorbeeld dienen voor de overige twee lichtschepen die later ook werden geautomatiseerd. In 1982 werd het lichtschip een stuk zuidelijker uitgelegd, ten westen van Petten op 23 zeemijlen van Den Helder. De naam werd deze keer niet gewijzigd. Begin 1992 werd het lichtschip Texel weer naar binnen gehaald en volgde de uitdienststelling. Na 40 jaar trouwe dienst op zee kreeg zij een vaste ligplaats in de haven van Den Helder en veranderde haar functie in museumschip.

© Copyright 2017 | Webontwerp: Webpartner.nl